Twee aasjes voor een vaste wandelronde
Voordat ik begin, kijk ik naar het water en kies ik meestal twee aasjes. Het eerste aasje krijgt de hele heenweg de kans. Op de terugweg gebruik ik het tweede aasje. Zo vis ik dezelfde stekken met twee verschillende presentaties zonder na een paar stille worpen alweer in mijn kunstaasdoos te duiken.

Zo gebruik ik mijn twee keuzes
- 1
Bekijk het water
Ik let op diepte, waterplanten, ruimte om te werpen en de waterlaag die ik wil bevissen.
- 2
Kies het aasje voor de heenweg
Met mijn eerste keuze vis ik het hele stuk af. Ik kan het tempo of de hengelstand aanpassen, maar blijf meestal bij hetzelfde aasje.
- 3
Wissel voor de terugweg
Op de terugweg gebruik ik mijn tweede keuze. Die heeft bijvoorbeeld een andere actie, kleur, waterverplaatsing of loopdiepte.
- 4
Pas alleen aan als het nodig is
Soms blijkt een deel ondieper, dieper of veel dichter begroeid dan verwacht. Dan kies ik alsnog een aasje dat beter bij die plek past.
Goede redenen om direct iets te veranderen
Je raakt voortdurend planten
Ga hoger, lichter of kies een aasje dat beter door de begroeiing komt.
Je ziet een volger
Verander tempo of bouw een pauze in voordat je een compleet ander aasje kiest.
De omstandigheden veranderen
Meer wind, ander licht of troebeler water kan om een duidelijker profiel of andere presentatie vragen.