WITVIS SPECIAL

De Alver

Een snelle zilveren oppervlaktevis die vaak voor een jonge blankvoorn wordt aangezien.

De alver in het kort

De alver (Alburnus alburnus) is een kleine, slanke karperachtige. Hij leeft meestal in scholen in de bovenste waterlagen van meren, kanalen en rustig stromende rivieren. Bij zonlicht vallen vooral zijn helder zilveren flanken op.

Een volwassen alver is meestal 10 tot 18 centimeter lang. Uitschieters kunnen groter worden, maar de combinatie van een smal lichaam, grote ogen en een omhoog gerichte bek blijft kenmerkend.

Een echte alver met een slank zilverkleurig lichaam en omhoog gerichte bek
Een alver: let vooral op de slanke bouw en de omhoog gerichte bek.

Het snelste herkenningspunt

Bekijk de bek van opzij. Bij een alver steekt de onderkaak iets uit en wijst de bek duidelijk omhoog. De vis pakt daardoor gemakkelijk voedsel aan het wateroppervlak.

Alver, blankvoorn of brasem?

Deze drie zilverkleurige vissen kunnen als jonge vis op elkaar lijken. Kijk eerst naar de lichaamsvorm en daarna naar de stand van de bek.

Illustratie: de alver is slank met een omhoog gerichte bek, de blankvoorn heeft een middelhoge rug en rechte bek, en de brasem heeft een hoge rug en omlaag gerichte bek
Vergelijking van de belangrijkste zichtbare kenmerken. Op een klein scherm kun je de afbeelding zijwaarts verschuiven.
Vergelijking van de uiterlijke kenmerken van alver, blankvoorn en brasem
KenmerkAlverBlankvoornBrasem
LichaamZeer slank en langgerektMatig hoog en stevigerHeel hoog en zijdelings plat
BekOmhoog gericht; onderkaak steekt uitRecht naar vorenKlein en omlaag gericht
VinnenGrijs en een relatief lange aarsvinBuik- en aarsvin vaak roodachtigDonkergrijs en een lange aarsvin
OogGroot, zonder rode irisVaak rood of oranje in de irisRelatief klein bij volwassen vis
Meestal te vindenBoven in het waterIn verschillende waterlagenVooral bij de bodem

Twijfel je? De kleur kan door licht en leeftijd veranderen. Lichaamsvorm, bekstand en vinpositie zijn betrouwbaarder dan alleen de kleur.

Leefgebied en gedrag

Alvers zwemmen vaak met veel soortgenoten in open water. Op warme dagen zie je de scholen vlak onder het oppervlak draaien en naar insecten happen. Ze houden van zuurstofrijk water en komen zowel in stilstaand als langzaam stromend water voor.

De vis is alert en voortdurend in beweging. Wanneer een school het voer vindt, kunnen de aanbeten elkaar snel opvolgen. Tegelijk zijn alvers een belangrijke prooivis voor baars, snoekbaars en snoek.

Zo vis je op alver

Gebruik een lichte vaste hengel, een dunne lijn en een kleine dobber. Vis ondiep en voer heel kleine beetjes maar regelmatig, zodat de school bij je aas blijft zonder verzadigd te raken.

Geschikt aas

  • één made of pinkie op een kleine haak;
  • een klein stukje brood;
  • een kunstmade of heel klein deegbolletje.
Bekijk de dobbertechniek

Groei van de alver

De grafiek en tabel tonen de berekende gemiddelde standaardlengte volgens een wereldwijde wetenschappelijke groeicurve. Een individuele alver kan door leefgebied, voedsel en temperatuur duidelijk groter of kleiner zijn.

Groeigegevens laden…

Mijn alverstatistieken

Bekijk alle vangsten

Vangstgegevens laden…

Voorzichtig onthaken

1. Maak je handen nat

Zo bescherm je de slijmlaag en blijven de losse schubben zo goed mogelijk zitten.

2. Houd de vis laag

Onthaak boven een natte mat of vlak boven het water, zodat de vis niet hard kan vallen.

3. Zet hem snel terug

Een kleine alver droogt snel uit. Maak alleen een foto als alles vooraf klaarstaat.