Witvis
Kleine witvis kun je met een natte hand ondersteunen. Gebruik bij een dieper zittend klein haakje een passende hakensteker. Leg grotere brasem, zeelt en winde op een natte mat en gebruik een schepnet.
Een mooie vangst verdient een rustige en zorgvuldige behandeling. Met de juiste spullen binnen handbereik beperk je de tijd buiten het water en kan de vis zo goed mogelijk herstellen.
Bekijk het stappenplanDe veiligste onthaking begint al voor de eerste worp.
Zet een passend schepnet open, maak de onthaakmat nat en leg je onthaakgereedschap binnen handbereik. Zo hoef je na de vangst niet te zoeken terwijl de vis wacht. Gebruik natte, blote handen en raak ogen en kieuwen niet aan.

Dril niet onnodig lang en trek een grotere vis niet aan de lijn de kant op. Laat hem in een passend schepnet glijden.
Onthaak waar mogelijk in het water. Moet de vis eruit, leg hem dan op de natte mat en werk laag boven de grond.
Volg de haakbocht met de hakensteker of tang en draai de haak terug langs dezelfde weg. Trek niet tegen weerstand in.
Zorg dat camera en fotograaf klaarstaan. Ondersteun de vis en houd hem laag boven de mat. Sla de foto over als de vis moe of beschadigd is.
Zet hem rechtop in rustig, schoon water en ondersteun hem losjes. Laat pas los wanneer hij zijn evenwicht houdt en krachtig weg wil zwemmen.

Kleine witvis kun je met een natte hand ondersteunen. Gebruik bij een dieper zittend klein haakje een passende hakensteker. Leg grotere brasem, zeelt en winde op een natte mat en gebruik een schepnet.
Gebruik altijd een ruim net en een dikke, natte mat. Ondersteun de borst en buik met beide handen. Til een karper nooit aan de staart, bek of kieuwdeksels en houd hem laag boven de mat.
Controleer eerst waar alle haakpunten zitten. Gebruik een lange tang en knip een dreg los als dat sneller en veiliger is. Een grote snoek vraagt ervaring met de kieuwgreep. Laat bij twijfel iemand met ervaring helpen.
Kun je de haak niet snel en zonder extra schade bereiken, blijf dan niet trekken of peuteren. Knip de lijn zo dicht mogelijk bij de haak af en zet de vis terug als hij verder levensvatbaar oogt. Bij roofvis kan het soms veiliger zijn om een haakpunt of dreg met een stevige kniptang door te knippen. Doe alleen handelingen die je beheerst.
Er bestaat geen veilige standaardtijd die voor iedere vis en iedere situatie geldt.
Soort, formaat, watertemperatuur, conditie en de duur van de dril maken verschil. Houd de tijd buiten het water daarom altijd zo kort mogelijk. Onthaak in het water als dat veilig kan. Moet de vis op de mat, werk dan vlot en leg hem tussendoor terug in het net in het water als je niet direct klaar bent.
Praktische regel: eerst onthaken en terugzetten. Een meting of foto is alleen extra als dat zonder oponthoud kan.
Warm water bevat minder zuurstof en een vis kan na de dril moeilijker herstellen. Controleer de watertemperatuur, beperk de driltijd en houd de vis in het water. Vermijd foto’s en leefnetten. Zie je vissen happen naar lucht, apathisch zwemmen of zich ophopen bij zuurstofrijk water, stop dan met vissen en meld opvallende sterfte of nood bij de waterbeheerder.
Twijfel je aan de omstandigheden? Kies dan een andere activiteit of een koeler moment. Vooral grote vissen en gevoelige soorten kunnen bij hitte extra kwetsbaar zijn.
De adviezen op deze pagina sluiten aan bij de richtlijnen over vissenwelzijn en verantwoord terugzetten van Sportvisserij Nederland en overheidsorganisaties.